Waarom dammen

Afdrukken
Ik kan al dammen, zullen veel mensen denken. Ziedaar het vermoedelijk krachtigste argument om hen te laten dammen. Van de klassieke denkspelen is het zeker in de Nederlandse situatie, gevoed door oud-Hollandse traditie, ongetwijfeld het meest laagdrempelig. Het is voldoende om enkele niet eens alle fundamentele regels van schuiven en slaan te kennen. Vanaf een jaar of drie kunnen kinderen het leren. Ooit heeft de pedagoog Langeveld beschreven hoe het leerproces vanaf niet kunnen en niet weten van íets dat aan het subject vagelijk bekend is als een soort spel, toch heel wat leerstapjes bevat. In eerste instantie wordt dammen door kinderen vooral ervaren als doe-spel. De motorische handelingen schuiven en slaan zijn leuk-om-te-doen.

Van doespel naar denkspel
Geleidelijk zal het doe-spel van de beginner zich kunnen ontwikkelen naar de ervaring van het dammen als een spel op het verloop waarvan je door na te denken invloed kunt uitoefenen: een denkspel. En het is nog maar de vraag in hoeverre we dat proces door instructies moeten sturen. Spelenderwijs zullen kinderen vanzelf al allerlei ontdekkingen doen. Zoals het meisje dat tijdens het spel opmerkte: Ik heb een scheepje gemaakt. Zo zullen (voor het resultaat) relevante en niet relevante ontdekkingen elkaar afwisselen. Het is echter onwaarschijnlijk dat werkelijk inzicht in de strategische essentie van het spel door louter ervaring (spelenderwijs) tot stand komt. Het is dan ook niet verwonderlijk dat dammen door veel mensen gezien wordt als een met ganzeborden vergelijkbaar spel, waarvan de uitslag in hoge mate van het toeval afhankelijk is. Men kent het wel, maar heeft er al spelend nooit enige diepgang in ontdekt.

Ruimte voor het denkproces
Als we het dammen als denkspel willen bevorderen, zal het natuurlijke leerproces ondersteund moeten worden door enige gerichte instructie. Omdat het kind al kan dammen, hoeven we nauwelijks tijd te besteden aan het leren van spelregels. Dat is in onderwijskundig opzicht mooi, want we kunnen ons meteen bezighouden met het nadenken zelf in de zin van: gericht zoeken naar goede oplossingen (zetten). Dus precies dat element waarvan we hopen dat het enige transfer van effecten naar het gewone leren oplevert.

Een heldere logische structuur
Een dergelijke transfer zal eerder optreden als onze instructie vooral denkregels of heuristieken bevat en dus vooral niet te veel specialistische theoretische kennis. Het is de kunst de meest algemene en basale denkregels te selecteren en te verpakken in een oriënteringsbasis, wat zoveel zeggen wil als het geheel van kennis en voorwaarden die de leerling in staat stelt zijn handelen adequaat te sturen. Het blijkt dat het probleemgebied dammen op deze wijze uitstekend beheersbaar is. Het is mogelijk om beginners een verrassend heldere logische structuur aan te bieden. Dit verklaren we ondermeer uit het gegeven dat de spelregels eenvoudig zijn. De elementaire plannen en strategische principes hebben alle een heuristisch karakter en vloeien rechtstreeks voort uit de simpele regels van schuiven en slaan. Gecombineerd met algemene denkregels als goed opletten en wat zijn de mogelijkheden, wordt de leerlingen zo inzicht verschaft in de essentie van het spel.

Dammen als cultuurgoed
De pedagogische waarde van het dammen staat buiten kijf. Toch neemt de belangstelling voor het spel vanaf de jaren 70 gestaag af. Hoe kan dat nou? De eenvoud die hiervoor als sterke kant beschreven is, blijkt ook een keerzijde te hebben: mensen zien er niet vanzelf iets in. Het is de frustratie van menig dammer die met lede ogen aanziet dat het spel niet echt serieus wordt genomen naast het meer tot de verbeelding sprekende bridge en schaak. Omdat ook het begenadigde deel van de natie romantiek met diepgang verwart, hebben de dammers al verschillende fraaie polemieken (Max Pam! Jan Hein Donner!) te verduren gehad. Verder moet erkend worden dat de organisatiegraad van het dammen beperkt is. Zo is er binnen bovendien sterk vergrijzende damclubs een structureel tekort aan gekwalificeerd kader. Het dammen moet kortom als bedreigd cultuurgoed worden gezien. Wie het spel wil promoten moet er dus wel enige moeite voor doen. Nog enkele argumenten op een rijtje:

Nederland telde diverse wereldkampioenen: Herman Hoogland, Ben Springer, Piet Roozenburg, Ton Sijbrands, Harm Wiersma, Jannes van der Wal. Genoeg rolmodellen om een complete leergang aan op te hangen. En nog steeds behoort ons land tot de weliswaar smalle maar niettemin absolute wereldtop. Dammen is een volkssport bij uitstek, qua bekendheid en type beoefenaars het equivalent van voetbal. Abe Lenstra was ook een groot damtalent. En Ton Sijbrands begon zijn sportcarriëre bij de jeugd van Ajax. In terminologie en strategie zijn er diverse overeenkomsten. Aanvallen, combineren, vastzetten, kaatsen, vleugelcontrole, etcetera. Laten we onze voetballers dammen leren. Een dambord in de kantine. Misschien wordt het dan ooit nog eens wat met deze twee sporten.

Het damspel heeft in wetenschappelijk opzicht een bijzondere potentie. A.D. de Groot zelve heeft ons ooit toevertrouwd dat hij zijn onderzoek naar Het denken van den Schaker in methodologisch opzicht vermoedelijk beter met dammers had kunnen doen. Om andere redenen (met name zijn eigen verbondenheid met het schaken) was dat geen reële optie, bovendien had zijn werk dan nooit die monumentale impact gehad. Los daarvan leent het damspel zich door de laagdrempeligheid en ruime beschikbaarheid van grootmeesters met name voor onderzoek op de dimensie novice-expert. Waarbij er mogelijk niet onbelangrijke verschillen zijn in het type denkprikkels en dus leereffecten welke de diverse spelen bij hun beoefenaren oproepen. Door kinderen in hun spel te observeren kunnen we veel over hun persoonlijkheid te weten komen, ook als we als begeleider het spel nauwelijks beheersen. Dammen wordt mede daarom beschouwd als een spel met nuttige therapeutische waarde, ook voor kinderen en volwassenen met een afwijkende mentale ontwikkeling. Los van de eenvoudige spelregels is er nog een didactisch voordeel dat het dammen overigens gemeen heeft met het go-spel: het is niet aan bordgrootte gebonden. Het Belgische damspel (vier velden met op de donkere vakjes 1 witte en 1 zwarte schijf) is iets te simpel. Maar op het 36 velden bord (6 tegen 6) kun je al een echte partij met alles erop en eraan spelen. Mooi overzichtelijk en het is snel afgelopen. Ook bij 20 tegen 20 kan het overigens snel gaan, zoals menigeen uit eigen ervaring weet. De beste reclame maakt het spel zelf. Waarbij vooral het enorme combinatieve karakter aanstekelijk kan werken. Door de verplichting tot slaan kan een schitterende geforceerde diepgang tot stand komen. Niet voor niets is de problematiek een erkende discipline binnen het dammen. Het brengt de echte liefhebbers regelmatig tot de inderdaad subjectieve verzuchting: Wat is dammen toch mooi.