Schijfwinst aan het begin van de partij

Afdrukken
Soms kun je al na een paar zetten vanaf het begin van de partij een of twee schijven winnen. Daar gaat deze serie opgaven over.
Eerst even het bord met de veldnummers.
veldnummersopgave 1. wit begint de partij met 31-27 en dan (17-22) 37-31 (11-17) 32-28 (6-11?). een vraagteken achter een zet betekent dat het een slechte zet is.opg 16wit is nu aan zet en wint een schijf

opgave 2. wit begint met 31-27 en dan  (19-23) 33-28 (14-19?)opg 17wit kan nu 2 schijven winnen

opgave 3.  35-30 (17-21) en nu gaat wit in de fout met 32-28?
opg 18zwart wint nu een schijf

opgave 4. 35-30 (18-23) 33-29?opg 19zwart wint nu een schijf

opgave 5. 31-26 (18-23) 33-29 (12-18?)
opg 20wit wint een schijf. de manier waarop wit een schijf wint heet De Haarlemmer zet.

opgave 6. 32-28 (18-23) 37-32?
opg 21nu kan zwart toeslaan met de Haarlemmer zet.

De oplossingen verschijnen weer over aan paar dagen bij ¨lees meer¨



opg 16 oplopgave 1. Wit geeft er twee met 27-21 (17x37) en slaat er twee met 28x6 en bij de volgende beurt wordtde zwarte  schijf 37 geslagen.

opg 17 oplopgave 2. Wit speelt 28-22 (17x28) en haalt de middelste van de drie zwarte schijven op een rijtje er tussen uit met 34-29 (23x34) 32x25 en op de volgende zet gaat de zwarte schijf op 34 verloren. Zie je waarom je eerst 28-22 moet spelen en daarna 34-29 en niet andersom?

opg 18 oplopgave 3. Zwart wint een schijf door (19-23) 28x19 (13x35). Dus altijd goed opletten voor je met wit 35-30 (of met zwart 16-21) speelt!

opg 19 oplopgave 4. Zwart speelt verrassend (20-24). wit kan op twee manieren slaan , ten eerste 29x20, maar dan slaat er twee met (15x35). De andere mogelijkheid voor wit is  29x18 (24x35) en bij de volgende zet slaat zwart de witte schijf op 18

opg 20 oplopgave 5. Wit speelt 29-24 (19x30) [zwart kon hier ook (20x29) slaan maar dat komt op hetzelfde neer] 35x24 (20x29). Drie zwarte schijven 18, 23 en 29 staan nu keurig op een rijtje met een leeg veld (12) erachter. wit speelt nu 32-28 (23x32) met de vierslag 34x21 (16x27) en 37x28

opg 21 oplopgave 6. zwart wint door 23-29 (33x24) [eerst (34x23) komt op hetzelfde neer] 20x29 (34x23) en er staan drie witte schijven 23, 28 en 32 op een rijtje met een leeg veld (37) erachter. zwart slaat nu toe met (17-22) 28x17 (19x26)